NIEUWS

STRAFKAMP YDE 1944-1945

HERINNERINGEN

AREND HOEKSTRA

Arend Hoekstra is geboren op 17-06-1911 en overleden op 25-05-1992. Hij woonde op de Nieuwstad in Burgum en had daar een kwekerij. Hieronder het verhaal van de vrouw van Arend, zoals ze dit in 1995 voor haar kinderen heeft opgeschreven. Het geeft een mooi beeld van wat de achterblijvers meemaakten. Daaronder twee brieven, de eerste is geschreven door Aaltje Hoekstra-Riemersma op 17-12-1944 en de andere door Arend Hoekstra op 19-01-1945. De brieven waren gericht aan Rinse Douma, die ook op de Nieuwstad in Bergum woonde. Na zijn dood hebben de kinderen de brieven teruggegeven aan de familie Hoekstra.

 

(periode 16 november 1944 – 2 maart 1945)

 

Opgepakt

Het was op een vrijdagavond (16 November 1944) nu zo’n 50 jaar geleden,dat de Duitsers vader ophaalden. We hadden twee koeien achter in het hok, vader had ze net gemolken en bracht de melk in huis. Sijke Postma, het meisje dat mij ‘s morgens hielp en Johannes Staphorsius, die bij ons op de tuin werkte, stonden bij ons in de keuken om wat melk op te halen, toen er twee Duitse soldaten door de achterdeur binnenkwamen. Er stonden ook nog enkele soldaten op de weg. Zij kregen een seintje van degenen die binnen waren, dat ze wel konden vertrekken, de buit was binnen. Sijke en Johannes gingen zo vlug ze konden door de voordeur naar huis. Het hele huis werd doorzocht en papieren waar namen opstonden namen ze mee. Vader moest mee. Hij moest eerst nog even naar de w.c. dat gebeurde maar de twee Duitsers bleven voor de deur staan. Vader werd meegenomen, waarheen? Dat was nog een vraag. Daar zat ik met drie kleine kinderen en in verwachting van Sietske. Na een slapeloze nacht stond de volgende morgen om 9 uur vrouw Haanstra van de koster voor de deur. “Weet je waar je man is? Hij zit hier in het hokje bij politie Kobus. Jouke Kuipers van de Molenweg zit er ook, die hebben ze gisteravond ook opgepakt.” Even een opluchting: hij is er nog. Zaterdagavond rond 5 uur ben ik er naar toe gefietst en heb gevraagd of ik naar hem toe mocht. Politie Kobus was niet Duitsgezind, dus heb ik toen met heit gesproken. Zondagmorgen zou tante Sieb naar de kerk, maar dacht ze ik ga eerst naar Arend, ik neem wat lekkers voor hem mee, ik zal hem verrassen. Maar wat een schrik! Toen ze er kwam stonden de deuren open en het hokje was leeg.

 

Leeuwarden

Na een dag van spanning hoorden we, dat ze naar de gevangenis in Leeuwarden gebracht waren. Een paar dagen later gingen tante Griet en ik op de fiets naar Leeuwarden om te proberen wat voor vader te kunnen doen. Eerst naar de Duitse Polizei, daar staken we een heel verhaal af, vader kon niet gemist worden op de tuin enz. doch zonder resultaat. Daarna gingen we naar de directeur van de veiling, die was ziek. We hebben wel even met hem gesproken, maar hij kon ook niets voor ons doen. Toen naar de gevangenis. Daar werden de deuren geopend en werden we binnen gelaten en gingen de deuren weer op slot. We hadden wat spullen meegenomen, dat konden we daar afgeven, we mochten niet naar heit toe. Dus onverrichter zake moesten we weer huiswaarts keren, door wind en regen. Het water stond ons in de schoenen toen we thuis kwamen. Nu maar afwachten, hoe homt het?Anderhalve week hebben ze daar in de gevangenis gezeten, toen hoorden we dat ze vertrokken waren naar een strafkamp in Yde in Drenthe, daar moesten ze werken voor de Duitsers. Heit had nog een briefje uit de auto gegooid in de omgeving van tante Sieb en oom Willem, maar het is niet gevonden.

 

Yde

Ze zaten daar in Yde met 230 man in een school en sliepen op de zolder in het stro, net als varkens. Het eten was niet best, maar daar we van thuis zo nu en dan wat stuurden ging het nog. Er zaten ook enkele mannen uit Eernewoude, een zekere Wester. Als zij naar Yde gingen namen ze eten mee en ook schone was. De vuile was namen ze dan weer mee terug, die kieren zaten onder de luizen, alles moest uitgekookt worden om ze dood te krijgen. Begin december zijn Tet van der Wielen en ik op de fiets naar Yde geweest. Dat was een reis, het was 4 uur fietsen. Zaterdag middag zijn we weggegaan.We hadden het adres gekregen van ds. Van Til. Die stond in Een. Hij kende heit nog wel van vroeger. Daar konden we eerst wel naar toe gaan. Met moed gingen we op stap. Zo kwamen we op de namiddag in Een aan. We konden toen niet verder want het was al donker, dus zijn we daar ‘s nachts blijven slapen. De volgende morgen zijn we daar ook gebleven. De mannen in het kamp moesten zondags ook werken voor de Duitsers ze kwamen pas om 5 uur terug. We zijn ‘s morgens mee geweest naar de kerk, hebben bij familie van Til gegeten en zijn toen weer op stap gegaan naar Yde. We kregen weer een adres mee. Daar moesten we maar naar toe gaan en zeggen dat ds. van Til het adres had opgegeven. Met moed gingen we verder naar het opgegeven adres. We werden er hartelijk ontvangen. We hebben een lekker kopje thee gedronken. Ze zeiden dat we daar wel konden blijven, want de colonne kwam om vijf uur langs de boerderij. Daar kwamen ze aan, onder geleide van de Duitsers, allemaal het etenspannetje op de rug. Zo liep heit daar ook tussen, op weg naar de school. Na een poosje zijn Tet en ik ook naar de school gegaan. Daar werd gezegd dat we maar naar het cafeetje tegenover de school moesten gaan, daar zouden ze wel komen. Dat gebeurde ook. We hadden een poosje gezeten, Jouke Kuipers was er ook bij, toen Tet met een voorstel kwam: “Jullie moeten vluchten.Neem onze fietsen maar mee en zie dat jullie wegkomen. Aaltje en ik redden ons wel, wij komen wel weer thuis.” Maar dat wilden ze niet. De vorige dag waren er ook een paar ontvlucht, toen was er één van hun groep tegen de boom geplaatst, het geweer werd op hem gericht en er werd gedreigd: “Als dit weer gebeurt, schieten wij tien mensen dood. ” “Dit wil ik niet op mijn geweten hebben”, zei heit. Toen we daar nog wat gezellig zaten te praten kwam er een Duitser aan, die met een bulderende stem riep: “Allemaal weer de school in, want er is weer iemand ontvlucht!” Zo werd ons samenzijn vlug afgebroken en wij konden weer vertrekken. Daar stonden we buiten. Het was pikkedonker, want er was geen verlichting. Het was gelukkig niet ver lopen, maar we moesten over een bruggetje. Het was een boerderij met ervoor een gracht. We zijn op handen en voeten over het bruggetje gekropen en zo bereikten we het huis. We konden ‘s avonds niet meer weg en zijn daar blijven slapen in een kleine bedstee op het eind van een gangetje, de veestalling was aan de andere kant. Van slapen kwam niet veel, maar we waren blij dat we mochten blijven!De volgende morgen, toen we in de kamer kwamen was de vrouw druk bezig met pannenkoeken bakken, dus wij konden direct mee pannenkoeken eten. Tet hielp de vrouw en ik zat er met twee linkerhanden bij. ‘t Was geweldig hoe we daar werden opgevangen.

 

De terugtocht

Toen het wat licht was geworden, in december is dat niet zo heel vroeg, werd de terugweg weer aanvaard Eerst maar weer op Een aan. Daar hebben we bij van Til koffie gedronken en zijn weer vertrokken. Toen ging het op huis aan. Het was harde wind, alles wind tegen. We fietsten daar bij de vaart lang in Haulerwijk. Toen begon het ook nog te regenen. We zijn toen gaan schuilen bij een zijkant van een boerderij. Daar stond nog een jonge man die was gevlucht uit Assen en moest lopend naar Leeuwarden. Toen kwam Tet met het idee: “Als die man nou eens jouw fiets krijgt, hij fietst en jij gaat achterop?” ‘t Leek ons beide een goed idee. Maar die man viel zo op, hij zat zo ruig in zijn baard, het leek wat verdacht. Tet zei: “Er liggen hier allemaal schepen in de vaart, ik zal eens vragen of ze daar ook scheerspullen hebben, die je even mag gebruiken “. Tet heeft de man naar de Hoge weg gebracht, want ze zei: ” Je moet niet door Bergum gaan, dat is te gevaarlijk, want daar zijn allemaal Grüne Polizei, je kunt beter over Wartena naar Leeuwarden gaan.” Toen we bij beppe wat uitgerust waren, ging het op Bergum aan, waar we op de namiddag aankwamen. Het was een hele reis, maar ik was blij dat ik het gedaan had en nu maar afwachten hoe het verder zou komen.

 

Heit weer thuis

2 Maart 1945 is vader weer thuis gekomen. Ze kregen een week verlof, daarna moesten ze weer terugkomen, wat ze natuurlijk niet gedaan hebben. Te voet zijn ze uit Yde gekomen. In Haulerwijk zijn ze nog een eind met een melkwagen meegereden. In Drachten aangekomen hebben ze fietsen meegekregen van oom Jitse en tante Tiete. Zo zijn ze thuisgekomen. Grote vreugde en dankbaarheid op Nieuwstad 76.

Als je alles zo na gaat, dan denk je: “Hoe zijn we er doorgekomen?”. Maar heit en ik hadden beide een Bron waar we Kracht uitputten en we hebben ook ervaren, dat wie bij de Heer te rade gaat, die staat Hij bij met raad en daad!

 

Mei 1995 Mem

 

 

 

Bergum, 17 december 1944

 

Beste Vrienden,

 

Allereerst wil ik jullie bedanken voor het briefje dat ik heb ontvangen. Het deed me goed te weten dat er nog meeleven is ook van onze beste vrienden al zijn ze al veraf. In tijden van voorspoed is het mooi vrienden te bezitten maar als er tegenheden komen, dan doet het de mensch goed te weten ook van de zijde der vrienden.Want voor jullie zal het ook een spannende tijd geweest zijn en nog, daar ook het ouderlijk huis zoo is verdwenen, we zullen hopen voor korten tijd. En men staat er in alles zo machteloos tegenover, men moet alles maar laten begaan. Maar gelukkig dat we nog hooger idealen bezitten, dat er Een is die boven alles staat en dat de ook de vijand niets kan doen zonder zijn wil, dat er ook zelfs geen haar van ons hoofd gekrenkt zal worden als Hij het niet toelaat. In dat geloof kunnen we onze geliefden dan ook rustig overgeven met de bede dat ze weer bevrijd en wel thuis mogen komen. Arend is nu al langer dan vier week weg. Eerst heeft hij anderhalve week in het Huis van Bewaring gezeten en nu is hij in Yde dichtbij Vries te werken. Ze zijn daar met ongeveer 230 man in een school. Ze zijn daar in een strafkamp en zitten daar streng onder controle, overdag door de Duitschers en ‘s nachts door de landwacht. ‘k Ben er één keer heen geweest. Tet van der Wielen is toen mee geweest. We troffen het toen nogal aardig, we zijn wel twee uur bij hem geweest. Maar het bezoek is nu ingekort,we mogen nu nog maar één uur meer bij hem. De Zondagen zijn voor hem de moeilijkste dagen, daar ze daar geen onderscheid maken tusschen zondag en andere dagen. Ze moeten zondags evengoed werken. Anders kan hij zich nogal aardig schikken in zijn lot. Zoo nu en dan gaat er één heen van de familie en die neemt dan maar een aardig kluifje mee, daar het eten ook niet zoo bijzonder is, dit mag daar gelukkig nog. Maar het zijn nogal heele reizen, ‘tls van Bergum 4 uur fietsen en dan moeten we in Yde een nacht overblijven want we mogen niet eerder bij hem dan ‘s avonds vijf uur. Ik ben er één keer geweest, ‘t zal ook wel voor het laatst zijn denk ik. Daar we weer een kleine verwachten durf ik niet meer tegen de reis.’k Heb hem al geschreven dat ik niet weer kwam ,’t leek mij beter toe, dat hij binnenkort maar weer thuiskwam. Met de kinderen gaat het best, ze zijn allemaal gezond, ‘t Is soms een hele drukte want elk laat zijn stem wel eens hooren op zijn tijd, maar het geeft nu ook veel afleiding. Jullie kleine komt ook al heel wat aardigheid aan zeker. De hartelijke groeten van je vrienden,

 

Aal en kinderen

 

 

 

Ide, 19 januari 1945

 

Beste Vr.

 

De brief die jij me hebt geschreven heb ik in goede gezondheid ontvangen en daarvoor mijn hartelijke dank. Want in dit oord ontvangt men gaarne een brief, daar men dan nog wat van de buitenwereld hoort. Ik las in jullie brief dat jullie het daar nog goed maakten en allen nog gezond waren. Ja R.,nu zit ik hier in Ide, een oord in Drente, hetgeen mij niet gauw uit de herinnering zal gaan,wat betreft de wijze waarop ik hier naar toegevoerd ben en werken moet. We kunnen het hier wel af wat het werk betreft, maar de huisvesting en het eten dat is niet veel. Maar gelukkig zorgt mijn vrouw nog goed voor mij, wat betreft de pakjes die ze naar hier stuurt. Ook de familie doet haar best.

 

En alles bij elkaar genomen kunnen we het hier wel af hoor.En dan kunnen we ook nog dankbaar zijn, als we zien naar hen, die het in deze tijd nog veel moeilijker hebben dan wij, daar er veel mensen zijn die bijna omkomen van de honger en ellende.Ook zijn er nog velen die op een nog mindere manier zijn behandeld dan wij. Maar het minste is dat we voor de D. moeten werken en dat ik gescheiden ben van vrouw en kinderen, want daar heeft men wel het meeste verlangst naar.Maar we moeten dit ook aannemen als een noodzakelijk iets, het welk de Heere over ons laat komen, hetwelk goed voor ons is. De Heere heeft er zijn wijze bedoeling mee, daar Hij dit goed voor ons acht. Want als we op onze zonden zien, dan hebben we het dubbel en dwars verdiend.Ook weten we dat alles wat de Heere over ons laat komen, moet medewerken tot onze heil en zaligheid. Maar dit zijn voor ons zoo vaak woorden geweest,maar nu ondervinden we er wat van en dan moet ik God nog danken voor alles wat hij mij nog schenkt hier op deze plaats. Want alles is licht voor mij geworden en ik kan mij ook geheel overgeven aan Zijn Goddelijke wil,wetende dat Hij ons alleen geeft wat goed voor ons is.En dit is een grote genade dat ik nog zo mag spreken en schrijven, daar we dit niet van ons zelf hebben maar alleen van de Gever aller Genade. En ook ben ik blij dat A. er best over kan. Voor haar is het nog wel zoo moeilijk, ook in haar omstandigheid. We zijn hier met ons vieren uit Bergum: J.Kuipers, S.Veenstra, E.Dijkstra en mijn persoon. De andere Bergumers zitten in Vries en Assen. Maar dat zijn gelukkig niet veel, want hoe minder hier komen hoe beter. Het is hier een strafkamp, dat wil zeggen dat we altijd onder bewaking staan en ‘s avonds niet naar buiten mogen, anders hebben we het net als de vrijen, maar bij kopen van voedsel dat kunnen we niet, maar dat hoeft ook niet als de pakjes maar komen en daarover behoef ik niet te klagen. Onze slaapplaats is de zolder, waar we in het strooi liggen net als de varkens en onze tafel is een koffer waar we met ons drieën omheen liggen te eten.

 

Nu R en J nu weten jullie ongeveer hoe wij het hier hebben, maar het kan nog minder hoor. Dit hadden we niet gedacht R dat alles nog zoo zou lopen , maar de zaak is nu eenmaal zoo en dan de beste voet maar voor. En de Heere zal alles wel recht maken. Gaat het ook goed met P en W. En hebben jullie daar geen gevaar? Nu R ik ga eindigen en ik hoop dat je deze brief in goede gezondheid moogt ontvangen. Het allerbeste toegewenst van uw vriend Arend.