NIEUWS

STRAFKAMP YDE 1944-1945

SLACHTOFFERS

Piebe Hoekema en Freerk de Jong

Op 16 november 1944 werden in de Oosterduinen te Norg twee jongens gefusilleerd. Ze waren een dag van tevoren ontsnapt uit strafkamp Yde. Deze twee jongens waren Frederik (roepnaam Freerk) de Jong en Piebe Hoekema. Hieronder een reconstructie.

 

Piebe Hoekema is op 15 augustus 1922 geboren te Koudum. Hij zat op de Ambachtsschool in Sneek en werkte als hulpmachinist op een rijnaak. Frederik (Freerk) is op 30 juni 1923 te Hommerts geboren en was bakkersknecht bij bakker Willem Rienks in Arum. Frederik zijn verloofde, Julia Wijnalda komt ook uit Arum. Freerk is daar dus veel te vinden en is ook de plaats waar hij wordt opgepakt. Piebe werd tijdens een controle in Lemmer aangehouden. Piebe werd op 15 oktober 1944 ingeschreven in het register van inschrijving van het Huis van Bewaring te Leeuwarden en Frederik op 24 oktober. Freerk is waarschijnlijk opgepakt tijdens een razzia. Er was een verrader actief  in Arum, Jan Faber (ook wel Zwarte Jan genoemd) die de verblijfplaats van veel ondergedoken jongens doorgaf en waardoor er veel Arumer jongens zijn opgepakt. Het is opvallend dat beide jongens dezelfde karaktertrekken vertonen. Het waren beiden avonturiers die niet snel gevaar zagen. Ze probeerden ondanks de oorlogsellende er het beste van te maken en om hier en daar wat geld te verdienen.

 

Op 8 november 1944 zijn Piebe en Frederik overgebracht naar het strafkamp in Yde. Ze trokken daar samen op en zochten aansluiting bij een groepje van Arumers; Meindert van der Weerd, de broers Jappie en Pier Reinsma, Berend Broersma, Willem van der Meulen uit Tzum, Hendrik van Abbema en de broers Remmelt en Sjoerd Faber. Piebe en Frederik lieten al snel weten dat ze weg wilden uit het kamp, maar dit werd hen steeds afgeraden. In Yde en omgeving zaten veel NSB’ers, je moest een tijd in het kamp hebben gezeten om te weten wie je wel kon vertrouwen en waar de veilige onderduikadressen waren. Een week later, op 15 november, besloten ze hun plan door te zetten en zochten ze mannen die samen met hun wilden ontsnappen. Het groepje Arumers zag het plan niet zitten. Ze hadden gezamenlijk besloten om hun tijd uit te zitten, ook om te voorkomen dat er represailles zouden worden gehouden die gericht waren tegen de achterblijvers. Ook kamergenoot Ate Visser uit Drachten wordt door Piebe en Frederik gevraagd om mee te gaan. Hij durft het ook niet aan en zegt tegen de jongens dat hij een vrouw en kind heeft en daarom het risico te groot vindt. Een dag later ontsnapt Visser zelf met hulp van zijn vrouw en op de weg naar huis zien ze de lichamen van Piebe en Freerk liggen.

 

Sjoerd Faber verklaart dat beide jongens op eigen houtje na het middageten vanaf het werk, niet ver van het strafkamp zijn weggelopen. Hij weet nog dat ze gezamenlijk hebben gegeten.

 

Op 15 november rond 17:00 uur worden de beide jongens in Peize door een patrouille Landwachters opgepakt. Piebe en Frederik worden daarna overgebracht naar het bureau van de Landwacht in Roden en omstreeks 19:00 uur  verhoord. Piebe en Freerk verklaren dat zij met verlof van de OT-leiding op weg naar café J.J. Merk te Leutingewolde waren om daar verschoningsgoed op te halen. Dit verhaal wordt door de Landwacht niet geloofd. Inmiddels is het acht uur geworden en wordt besloten de jongens in Roden in te sluiten in een van de cellen van het gemeentehuis aldaar. Dezelfde avond nog werd een patrouille Landwachters aangewezen on het geval in Ide of Tinaarlo te onderzoeken. De volgende dag begeven zich twee Landwachters naar het strafkamp in Yde. Bij de school aangekomen worden ze te woord gestaan door een Nederlandse OT-arbeider die daar de leiding heeft. Deze OT-arbeider vertelt hun dat er vanuit het strafkamp meerdere personen waren ontvlucht, waaronder Piebe en Frederik. De OT-arbeider verwijst beide heren naar de Duitse commandant (waarschijnlijk Walther Triebe of Thiele) die kwartier had in café Jager op De Punt. Nadat hem het geval had uitgelegd was de commandant nogal tekeer gegaan. De commandant heeft toen beide mannen daarna meegenomen naar de Abschnittsleiter in Vries. Daar aangekomen treffen ze Abschnittsleiter Hartwig buiten op straat aan. De Duitse commandant rapporteert aan Hartwig. Hartwig heeft daarna nog even met de Landwachters gesproken waarna hij hun binnen een bord snert aanbiedt. Bij hun vertrek zei Hartwig hun ongeveer het volgende: ”we zullen wel even met een paar man in Roden komen”.

 

Omstreeks 14:30 uur, geven twee in uniform van de OT geklede mannen opdracht  aan de wachtmeesters om Piebe en Frederik uit de cel te halen. De vier personen begeven zich naar de kamer van de commies der secretarie, waar zij enige tijd vertoeven. Ze vragen om een velletje papier, om de namen te noteren. Daarna stappen ze met zijn vieren in de rode DKW van Hartwig  en rijden weg richting Norg. De signalementen van de beide Duitse soldaten komen overeen met die van Fritz Hartwig en Karl Zülow. Zülow draagt een geweer over zijn schouder.

 

Toen de Landwachters in Roden terugkeerden, was het ongeveer 16:00 uur en hoorden ze to hun schrik dat Piebe en Frederik uit hun cel waren gehaald en te Norg waren doodgeschoten. Ze verklaarden later dat ze geen slechte indruk van Hartwig hadden gekregen en zeker niet verwacht hadden dat hij tot zulke dingen in staat zou zijn.

 

Willem Kooijmans, wachtmeester van de politie te Eelde, vindt op 16 november de lichamen van Piebe en Frederik op een voetpad nabij de Groningerstraatweg in de Oosterduinen te Norg, nadat hij bij gerucht had vernomen dat er twee lichamen zouden liggen. De hoofden van beide jongens liggen in een plas bloed en vertonen schotwonden. Huisarts Elzinga is ook ter plaatse en verklaart Piebe en Frederik officieel dood. Kooijmans verklaart dat er op beide lichamen een kaart was bevestigd waarop stond ”Ich bin von der Arbeit weckgelaufen und habe damit Sabotage getrieben. Die verdiente Strafe habe ich bekommen”. Van een Landwachter uit Roden verneemt Kooijmans dat het om Piebe Hoekema en Frederik de Jong gaat, die een dag eerder door de Landwacht van Peize zijn overgedragen aan de Landwacht te Roden. De vader van Piebe, Uilke Hoekema, is ook ter plaatse en identificeert zijn zoon.

 

De twee lichamen worden in het lijkenhuisje op de begraafplaats in Norg opgebaard. De toenmalige burgemeester van Norg heeft de familie op de hoogte gesteld van het dramatische voorval. Na binnenkomst van hun doodsbericht worden de lichamen opgehaald met een lijkkoets door de Arumer ‘doodgraver’ Sjoerd Wijnalda en koetsier Simon de Groot. Wijnalda was de aanstaande schoonvader van Frederik. Frederik wordt begraven in Hommerts en Piebe op de gemeentelijke begraafplaats te Koudum. In 1986 wordt het lichaam van Frederik herbegraven op het ereveld in Loenen.

 

Verraden door N.S.B.-boer?

Dat beide jongens zouden hebben overnacht in Peize bij een Duitsgezinde boer en door hem zijn verraden lijkt een hardnekkig gerucht te zijn. In de getuigenverklaringen wordt daarover niets gezegd en ook in Peize is dit niet bekend. Wel gaat er een verhaal in Peize dat een N.S.B.-boer tijdens zijn werk in het land door twee vluchtelingen de weg werd gevraagd naar een onderduikadres in Peize. De boer heeft dit gedaan waarna de mannen op straat door Landwachters zijn opgepakt. De boer werd hiervoor in het dorp altijd verantwoordelijk gehouden, maar dat bleek dus onterecht te zijn. Het is niet bekend of dit om Piebe en Frederik ging, maar het kan wel het gerucht van verraad hebben gevoed. Ook het feit dat de jongens de nacht in een cel in Roden hebben doorgebracht en een dag na hun ontsnapping zijn vermoord, kan er voor hebben gezorgd dat er al snel werd aangenomen dat de jongens ergens bij een particulier hadden overnacht. Helemaal uitsluiten kunnen we het niet, maar de kans is uiterst klein dat dit is gebeurd. Het lijkt er sterk op dat dit gerucht is ontstaan doordat Piebe en Freerk een dag na hun ontsnapping zijn vermoord.

 

Nasleep

In 1946 wordt er onderzoek gedaan naar de moord op Piebe en Frederik. Er worden veel getuigen gehoord. Uit de verhoren blijkt dat de betrokken militairen Fritz Hartwig, Abschnittsleiter en Karl Zülow, Hundertschaftsführer zijn. Fritz Hartwig heeft duidelijk de leiding gehad. Er wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar beide mannen, maar hun verblijfplaats kon toen niet worden vastgesteld. Op 7 april 1949 worden zowel Hartwich als Zülow bij verstek ter dood veroordeeld. Daarna blijft het lang stil.

 

In 1996 krijgt de Nederlandse officier van Justitie justitiële persoonsgegevens in handen van zeventienduizend oorlogsmisdadigers uit de archieven van de Stasi. Een van die personen is Karl Zülow. Hij blijkt al in 1948 voor hetzelfde vergrijp door een rechtbank in Leipzig in de toenmalige DDR zijn veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf, waarvan hij er 8 jaar heeft uitgezeten. Zülow was als hoofschuldige aangemerkt. Hartwig was toen nog steeds onvindbaar. Hij blijkt echter in 1970 al te zijn opgespoord door de Duitse Justitie, na aandringen van het RIOD. Hartwig ontkende echter bij de moord aanwezig te zijn geweest en hij werd niet verder vervolgd. Hij overleed in 1984 in Düsseldorf.

 

Het is dit jaar 70 jaar geleden dat Piebe en Freerk zijn vermoord. Naast hun zoon en broer moest de familie van Freerk ook hun echtgenoot en vader missen. Emke de Jong, vader van Freerk, was op 6 mei 1944 opgepakt en rond april 1945 overleden te Bergen-Belsen.

 

Dat hun lijden en dood niet tevergeefs is geweest…

 

Freerk de Jong

Piebe Hoekema

Willem Kooijmans

Fritz Hartwig als Pressereferent in Arnhem

Karl Zülow

Het monument bij de kerk te Norg